Zij

‘Nee!’ was het enige wat ik uit kon brengen op 13 juli toen ik het verschrikkelijke bericht hoorde dat je man op 34e jarige leeftijd was overleden. Net aangekomen in Italië voor een vakantie, die voordat hij begonnen was, afschuwelijke afliep. Vol ongeloof en afschuw stond je daar met jullie twee kleine meisjes, jullie dochters. De dominee vertelde dat je dankbaar bent voor de steun die je kreeg van wildvreemde mensen. Mensen die zich ontfermden over jullie, daar in het buitenland, weg van je familie, je man moeten achterlaten.

Alhoewel jij de zus bent van de vriendin van mijn vader en technisch gezien geen familie bent, raakte dit mij zo diep. Zo ver weg maar toch ook zo dichtbij. Zo voelde het voor mij. Ik heb aan je gedacht en tot op heden ben jij elke dag even in mijn gedachten. Ik weet dat ik mij geen voorstelling kan maken van wat jij voelt maar ik wil je zo graag zeggen dat ik aan je denk en dat ik je bewonder om je kracht, om je moed en de liefde voor je man.

Wat een moed en wat een kracht heb je gehad toen je samen met je meisjes de terugreis naar Nederland onderging. Ik ben met je meegereisd in gedachten en met mij vele anderen.

Intens verdriet, verslagen, zo zag ik jou toen je samen met je moeder en je zussen naar de kapel liep waar de dienst voor je man gehouden werd. Je familie, zo hecht, zo dichtbij en vol liefde en steun voor jou en je meisjes. Je prachtige dochters, je oudste al zo wijs en zo vol liefde voor haar moeder die ze zo graag wil troosten. Je jongste vol levenslust de woorden van de dominee herhalend. Zijn naam. Jouw man.

En daar sta je. Aan zijn graf. Samen met je zussen en je moeder in de zon, alsof de zon alleen jullie en de kist verlichtte. Honderden zonnebloemen. Mensen die met je meeleven en sommigen die voelen wat jij voelt doordat zij hetzelfde hebben meegemaakt. En daar sta je dan. Lachend, ergens haal je de kracht vandaan om te lachen om de zon die voor en op jullie schijnt. Mijn zusje die zich geneert om haar tranen voor jou terwijl jij daar staat, sterk en krachtig. De tranen van mijn zusje omdat ze zich jouw verdriet, jouw wanhoop, jouw pijn voor kan stellen. En omdat het ons raakt. Diep raakt.

Wat fijn dat we ons over jouw oudste dochter mochten ontfermen. Wat een lief, loyaal, mooi meisje en wat een wijsheid voor een meisje van zes. Ze trof ons in onze harten toen ze zei dat mama wel zou willen toveren, dan zou ze papa terughalen alsof er niets aan de hand was. Zilveren strikjes om haar knotten, haar sproetjes, grote blauwe ogen toen ze ons aankeek toen ze het vertelde.

‘Hoe gaat de kist naar beneden?’ vraagt je dochter ons. Ik vertelde haar hoe het ging en vroeg of ze erbij had willen zijn. ‘Ja’, zegt ze. ‘’Maar,’ vervolgt ze ‘nu ik van jou hoor hoe het gaat, is het ook goed. Ik wist niet hoe dat gaat, ik heb het nog nooit meegemaakt.’ Ik zak door mijn knieën, sla een arm om haar kleine schoudertjes en glimlach naar haar. Ze lacht terug. ‘Waarom zijn al die mensen hier?’ Ik vertel haar dat ze hier zijn om mama en jullie te troosten. ‘Waar gaan we dan zo heen?’ ‘We gaan zo naar een hotel en daar krijgt iedereen wat te drinken en te eten en daar kunnen mensen mama ook troosten.’ Haar vriendinnetje komt eraan lopen en ze vraagt: ‘Ga jij ook naar het hotel?’ Haar vriendinnetje knikt en ze springt even op met een lach op haar gezicht. Ze gaat dicht tegen mijn zusje aan staan omdat ze het toch best wel indrukwekkend vindt, al die mensen die langslopen.

De onschuld op het gezicht van je dochter. De dochter waarin je je man zult herkennen. Je andere kleine meisje waar je je man ook in zult zien. Ik wens jullie drieën veel sterkte en ik hoop dat je kracht blijft putten uit de liefde de je man voor jou heeft achtergelaten. In je kinderen, in de regenboog…

time for me to leave you
I won’t say goodbye
look for me in rainbows
high up in the sky

Write a comment