Ik heb zojuist een plekje in de hel bemachtigd

Nota bene zojuist nog het boekje ‘Er is een speciale plek in de hel voor vrouwen die elkaar niet helpen’ besproken en ik laat er al één zitten: een vrouw. Sterker nog: ze had willen zitten maar ik heb haar laten staan!

Vanuit mijn ooghoek zag ik een vrouw rennen om de bus te halen, ze was hooguit drie meter verwijderd van de ingang, maar de buschauffeur besloot door te rijden. En nu komt hetgeen waarmee ik zojuist een plekje in de hel heb weten te bemachtigen: ik greep niet in! Ik had de buschauffeur aan zijn haar moeten wegtrekken vanachter zijn stoel (klein detail: hij had niet zoveel haar) en de ‘open de deurknop’ in moeten drukken. Maar ik heb het niet gedaan. Ik weet het. Het is beschamend, zwak, niet bepaald solidair.

Ik zou me kunnen verschuilen achter het feit dat ik zojuist een veel te groot crackertje in één keer in mijn mond had gestopt waardoor ik niets kon uitbrengen zonder de man voor mij te bevlekken met kruimels en spuug, maar ik weet dat dit een heel mager excuus is voor het feit dat ik mijn soort; de vrouw, niet geholpen heb op het moment dat ze me nodig had.

Ook probeerde ik mijn schuldgevoel te onderdrukken door te bedenken wat er had kunnen gebeuren als ik mijn boodschappentas die tot de nok toe gevuld was van me af had geworpen om voor haar op te komen. Hoogstwaarschijnlijk hadden enkele boodschappen de man voor me geraakt, in mijn geval waarschijnlijk iets scherps wat dan in zijn oog terecht kwam waardoor hij mij zou aanklagen én waren geheid vier pakken ‘Cafe Latte’ die in de aanbieding waren (twee pakken voor € 3,00) uit het andere tasje gevlogen, waardoor de mevrouw die in het gangpad liep, zou struikelen en ook een aanklacht tegen me in zou dienen, waarbij ik zo’n donkerbruin crèmig vermoeden heb dat ze tijdens het opnemen van het proces verbaal het kopje koffie resoluut geweigerd zou hebben.

Tegen de tijd dat ik dan de buschauffeur zou bereiken, het beetje haar op zijn hoofd had gevonden om hem achter het stuur weg te trekken, erachter was gekomen dat er geen ‘doe de deur open knop’ zat maar dat het een schuifje was, was de bus waarschijnlijk al de bocht om en ikzelf met een beetje pech ‘het figuurlijke hoekje om’ omdat ik met mijn kop tegen de vooruit zou knallen. Dus deed ik het niet. Ik verschool me achter deze excuses en voor ik het wist waren de drie meters, dertig meters en zou het een béétje achterhaald zijn als ik nog zou reageren.

Dus: vrouw met de rode jas, spijkerbroek, geruite sjaal om, locatie: Apeldoorn, busstation, datum: 2 november, tijdstip: 16.00 uur, status: rennend achter de bus aan:

HET SPIJT ME!!

Write a comment