Geest vs Lichaam

Geest: ‘Ik ben zooo boos op je, je loopt me de hele tijd tegen te werken!’

Lichaam: ‘Ach, jij loopt altijd te zeiken! Het is toch nooit goed wat ik doe. Je moet je gewoon niet zo aan lopen stellen, ziek is ziek.’

Geest: ‘Heb je enig idee hoe het voelt om van alles te willen en dan tegengehouden te worden door zo’n slap, stronteigenwijs lichaam dat gewoon haar eigen gang gaat? Altijd moet je alles voor me verpesten. Dan weer die stomme migraine van je als ik net wat leuks wil gaan doen of een belangrijke vergadering heb. En nu weer die kutgriep, je weet toch dat ik een hekel heb aan ziek zijn en dat ik me doodverveel, helemaal met dat takkeweer. Ik ben je echt helemaal zat!’

Lichaam: ‘Weet je? Ik doe het voor je eigen bestwil, stomme trut! Je loopt zelf je grenzen weer voorbij… heb je enig idee hoe vaak je de laatste tijd die stomme maaltijdsalades hebt gehaald bij AH onder het mom van dat is makkelijk, minder stress en toch vitamines? Die vieze geitenkaas komt me mijn neus uit. Is het werkelijk zo moeilijk om op tijd van je werk weg te gaan en fatsoenlijk boodschappen te doen? Wil je je echt identificeren met die maatpakken die op dat moment staan te dringen om de beste maaltijdsalade van de dag? Is dat echt wat je wilt?’

Geest: ‘Ik vind mijn werk gewoon heel leuk en daarnaast doe ik heel veel leuke dingen waar ik energie van krijg!’

Lichaam: ‘Ach, die leuke dingen bedoel je… Je bedoelt dat je lekker vlucht naar vrienden en familie omdat je gewoon niet alleen thuis kan zijn. Je schrikt je al het apezuur als je je realiseert dat je een avondje alleen bent. Als je dochter in bed ligt, dan komt het op je af, hè? Het alleen zijn en je kut voelen omdat je ergens een leegte voelt. En je weet niet waar die leegte vandaag komt, WANT JE NEEMT NIET DE TIJD OM ERBIJ STIL TE STAAN!!! NEE!!! In plaats daarvan koop je een pakje post-its omdat je agenda niet genoeg ruimte heeft voor al die afspraken die je zoveel energie geven. En je bent echt een stom wijf, want je dochter heeft namelijk wél behoefte aan zo nu en dan even niets doen. Je hebt het echt niet door hè? Jeetje mina, hoe dom kan een geest zijn, zeg! Heb je überhaupt weleens contact met je hogere zelf of koers je alleen op dat domme ego van je?’

Geest: ‘……….’

Lichaam: ‘Ja, nu ben je een beetje stil, hè? Waarom denk je dat ik die griep opgelopen heb? Je werkt al weken uren buiten je rooster door en ja, ik begrijp dat je dat doet om jezelf niet onder druk te zetten en dat het even incidenteel is, maar hoelang is voor jou incidenteel? Je zou een workaholic zijn als je geen kind had. Misschien ben je dat nu ook al wel een beetje. Ik hoor je echt wel denken onder de douche hoor, over je werk. Denk je zeker dat je dat voor mij kan verbergen. Maar ik ben erbij, altijd en ik heb er last van. Ik geef je seintjes, signalen, hoofdpijnen, moeheid… en jij kiest ervoor het te negeren, of nee… om weer een aspirientje in mij te stoppen of nog meer afspraken te maken en te socializen zoals je dat zo geestig zegt. Lieve geest, ik weet dat je energie uit je werk en je sociale contacten haalt en er gewoon zin in hebt, maar overdrijf je nu niet weer een beetje? Zou je niet ook weer eens wat tijd voor ons inruimen? Tijd voor Jezelf. Voor jou en mij. Even samen zijn, ik die even rust krijgt, jij die even je gedachten kan ordenen en kan herstellen. Als je dat doet, beloof ik je, lieve geest, dat ik je de fysieke kracht weer teruggeef, ik geef je energie, ik geef je weerstand. Beloof je dan dat je goed voor mij zal zorgen?’

In mij zetten zich namelijk jouw angsten vast, je pijn en je verdriet. En…lieve geest, ik zie en voel die leegte ook. Je bent bang om overgeleverd te zijn aan je gedachten, bang dat zij je droevig zullen maken, maar geestje, het is een illusie die angst, onterecht. Je weet dat je het aankan, alles, je bent zo sterk, dat heb je wel bewezen. Samen hebben we het toch allemaal maar geflikt! Ik voel nu dat je grootste angst is om je dochter te verliezen. Je kan er naar mijn idee goed mee omgaan, met haar puberteit en met het proces waarin zij zich losmaakt van jou, maar nu gaat het je even te snel. Je kan het even niet meer bijbenen. Je wilt vluchten en dat doe je dan ook. Je wilt niet zien wat je al gezien hebt: ze is heel hard op weg om haar eigen leven te gaan leven, om zichzelf te gaan ontdekken. Daarnaast confronteert ze je tevens met jezelf, zie je niet hoe ze op je lijkt? Maar toch, ze is zichzelf, ze is uniek, de geschiedenis hoeft zich niet te herhalen, heb vertrouwen. We gaan dit samen aan, jij en ik. Als je maar goed voor jou en mij blijft zorgen, dan verleen ik je alle medewerking. Lieve geest, ik hou gewoon van jou, ik wil je beschermen, kun je dat begrijpen?’

Geest: ‘Ik voel me klein, ik voel me bang, ik ben zo bang en er zijn momenten dat ik me zo eenzaam voel en zo graag vluchten wil. Terwijl ik nog nooit zoveel steun heb gehad van mensen om me heen en zoveel leuke, lieve, gezellige contacten heb. Hoe kan dat nou?’

Lichaam: ‘Misschien laat je nu je echte gevoelens toe, je weggestopte verdriet, het mag, het kan, er zijn mensen die voor jou en je lieve dochter willen zorgen, ze willen er voor jullie zijn. Laat gaan, geestje, laat gaan! En dwing mij niet om beter te worden terwijl ik dat nog niet ben. Ik laat je niet eerder gaan totdat ik weer hersteld ben.’

Geest: ‘Wat bedoel je met ‘niet eerder’? Kan dat ook morgen zijn, want ik moet echt even iets afmaken en… Auw!’

Lichaam: ‘Hoofdpijn krijg ik van je, hoofdpijn!!’

© Wendy Borst – 2008

Write a comment