Een Italiaans vluggertje

Stel; je vriend vraagt je op woensdagmiddag of je de volgende ochtend op een belachelijk vroeg tijdstip met hem meegaat naar Italië omdat hij een crisis moet bezweren. Wat doe je dan?

A. Je schiet lichtelijk in de stress op het moment dat je het woordje ‘ja!’ spontaan uit je mond hoort rollen. Je beseft namelijk dat je je collega’s nog moet bellen om af te stemmen over afspraken op kantoor en op de één of andere manier nog wat kleren bij elkaar moet zien te rapen. Geen eenvoudige klus, aangezien deze outfits zich bevinden in een onoverzichtelijke megaberg ‘Nog Te Vouwen Was’. Daarnaast realiseer je je dat je nog een afspraak hebt staan die avond, die je echt niet af kan zeggen wat betekent dat je niet zo vroeg naar bed kan gaan als verstandig zou zijn als je de volgende dag om 4 uur door de wekker uit je bed wordt ‘gepiept’.

B. Je hopst alle kanten op van enthousiasme en voelt geen greintje stress; je regelt het allemaal zonder dat je je überhaupt ergens zorgen over maakt.

C. Je peinst er niet over en je maakt met een wegwerphandgebaar duidelijk aan je vriend dat ie maar lekker dit bizarre plan in zijn eentje uit moet voeren.

Ik koos voor A. Niet omdat me dat het beste leek, meer omdat ik ooit behoorde tot de categorie: ‘perfectionisten’ en er soms nog wat restjes van die afwijking naar boven komen. Duurde niet lang gelukkig. Binnen 20 minuten hadden mijn vriend en ik een weekendtas gevuld (waarbij ik dacht dat ik alles had!) en waren we allebei onderweg naar onze afspraken die we die avond nog hadden.

Ik voelde me de volgende morgen (zeg maar: nacht) zo fris als een opgepoetste zombie. Normaal gesproken biedt een beetje make-up dan soelaas, maar daar had ik dus echt even geen zin in. Het is kiezen of delen: meer slaap of er meer toonbaar uitzien. Ik koos voor het eerste.
En zo sta je ruim 10 uur later in een topje waarvan je beseft dat je daar die nacht ook in geslapen hebt (!), een coupe vettig spriethaar en dito hoofd, bij de receptie van een veel te duur hotel. Mijn vriend is van origine accountant, dus die viel bijna om bij het horen van het tarief voor een overnachting. Ik heb dan wel geen accountantaspiraties of enigszins talent in die richting, maar ik was het volledig met hem eens. Het siert mijn vriend enorm dat ie niet denkt: ‘de baas betaalt, dus we nemen het ervan.’ Dat kan ik dan wel weer waarderen.

Met het laatste beetje energie, verlangend naar wat voedsel, bewogen we ons voort naar een leuk, betaalbaar hotel. Met een dikke grijns op mijn gezicht omdat ik weet hoe lekker Italiaans eten is, liep ik het hotel in om mijn spullen in de kamer te gooien zodat we een leuk restaurantje konden zoeken, waar ze ook zwerver-look-a-likes zouden ontvangen.

Dacht ik.

Ik scheen mijn blonde haarkleur weer eens eer aan te doen. Er werd mij verteld dat we in Italië waren (dat had ik heus wel in de gaten) Waar ze… dus écht niet om half 6 een restaurantdeur voor ons zouden openen! Wat dacht ik nu met mijn blonde piekhaar? Vanaf acht uur mocht ik gaan hopen dat er ergens een gasfornuis in werking was gesteld.

Voordeel was dat er tijd was voor een transformatie in de vorm van een douche, een beetje make-up en schone kleren. Met amper 3 uur slaap de nacht ervoor, zaten we toch nog tot elf uur in een restaurant. Een mens is heel flexibel als het moet, geloof me maar.

De volgende morgen hadden we om half 10 een afspraak bij het bedrijf waar de crisis bezworen moest worden. Ik had me opgeworpen als ‘objectieve luistervink’ en een soort notuliste. De andere optie was winkelen in een nabij gelegen plaatsje met ca. 20 winkels. Ik had al zo’n voorgevoel dat Italianen niet zo heel snel en stipt zouden zijn en dat mijn lot – de hele dag teren op 20 winkels – uitermate saai zou zijn. Bovendien kon ik zo ook nog mijn steentje bijdragen.

Italianen staan bekend om hun temperament. Dat heb ik aan den lijve ondervonden doordat de directeur van het bedrijf tegenover mij zat en – op z’n zachts gezegd – foeterde met consumptie. Mijn laptopscherm bleek te klein om me achter te verschuilen. Tijdsdruk lijkt daar verder geen issue te zijn. Als ze zeggen dat ze ‘even’ weglopen om te bellen of te overleggen, betekent dat doorgaans dat ze ruim een uur wegblijven. Ik voelde al wel aan mijn water (lees; heerlijke Italiaanse espresso) dat de Italianen een break zouden inlassen omdat er geluncht moest worden. Dat bleek correct: de president directeur moest zijn kids ophalen en zou tegen half 4 wel weer terug zijn. Voor ons een moment om zelf ook ergens te gaan lunchen en ondertussen ‘met’ Nederland te gaan overleggen.

Wat mij opviel, is dat de meeste Italianen er heel erg verzorgd uitzien; modieus, om door een ringetje te halen. En… vrijwel allemaal slank! En dat terwijl bij terugkomst de directeur compleet in shock was dat we alleen een pizza en een salade hadden gegeten. Of we daar écht op konden leven. Ik probeerde hem uit te leggen dat wij doorgaans de dag doorkomen met een paar sandwiches (lees; boterhammetjes, maar dat woord kende ik niet in het Engels). Hoofdschuddend met wat Italiaans gebrabbel keek ie me aan alsof hij water zag branden.

Om 16.00 uur ruilde ik mijn rol van notuliste in voor die van overeenkomstopsteller. Mijn vriend en ik trachtten ter plekke een waterdichte overeenkomst in het Engels op te stellen, wat overigens prima gelukt was. Pas om vijf uur in de middag konden we opgelucht concluderen dat de crisis bezworen was en de deal gesloten.

Dat ik niet zo heel goed bleek te zijn in het snelinpakken, bleek toen ik die avond met een toiletpapiertje mijn ogen schoon moest maken omdat ik de wattenschijfjes vergeten was en de volgende ochtend in een boxershort en sokken van mijn vriend in de auto zat. No stress, dat doen Italianen ook niet.

Write a comment