Echo x 2

‘Ik heb gesjoemeld’, zeg ik terwijl ik bij mijn zusje in de auto stap. Ze kijkt me aan met haar zonnebril waarmee ze hengelt naar de prijs voor leukste bromvlieg van het jaar en weet precies wat ik bedoel.

‘Ik ook, vanaf twee uur alleen maar twee van deze kleine bekertjes gedronken’. Ze trekt een bekertje die ze van haar werk heeft meegenomen uit de bekerhouder om te laten zien dat het ook nog eens een heel klein bekertje is. ‘En toch moet ik echt ontzettend plassen, dus hou alsjeblieft je mond want ik kan niet praten, dan gaat het echt mis!’ Ze bevestigt dit bevel met een waarschuwende blik. Ik schiet in de lach. Lachen mag ook niet, dat is helemaal uit den boze blijkt als ze met haar wijsvinger onder mijn neus laat zien dat het menens is.

Ik heb nergens last van maar dat komt omdat ik toch –tegen alle regels in (ik hou niet zo van regels)- nog even geplast heb voordat we naar het ziekenhuis rijden om een echo te laten maken. Zusjes en Co. Altijd dezelfde fratsen.

We trekken een nummertje en zakken weg in de oncomfortabele plastic stoeltjes totdat Daisy gesommeerd wordt mee te komen met een verpleegster. ‘Jij gaat gewoon mee hoor!’ De wijsvinger gaat in de herhaling en ik kan niet anders dan opstaan en volgen. Met name in mijn eigenbelang, ik wil namelijk heel erg graag dat ze met mij mee gaat, want ik ben gruwelijk zenuwachtig. De verpleegster kijkt me aan als ze ziet dat ik van plan ben mee te lopen. Voordat ze iets wil zeggen val ik aan: ‘Ik ga mee, hoor! Ik wil bij mijn zusje blijven en ik moet zelf ook en we hebben echt samen een afspraak gemaakt voor na elkaar!’. Ze twijfelt of ze tegen me in gaat maar begrijpt gelukkig zelf ook wel dat dit totaal geen zin heeft.

‘Dat is niet gebruikelijk’, zegt ze terwijl ze ons één voor één aankijkt. ‘Wij zijn ook niet gebruikelijk’, antwoord Daisy. We zetten ons “Aaaah… toe nou gezicht” op en hopen dat dit effect heeft.

En dat heeft het, zo blijkt.

‘Goed’, vervolgt ze, ‘ik zal het overleggen met de dokter’. Ze stuurt ons naar een klein hokje waar Daisy zich uit mag kleden tot haar onderbroek en bh.

‘UITKLEDEN?’ roep ik verschrikt. ‘Dat kan niet!! Ze mag toch wel haar lange broek aanhouden?’

‘Procedures!’, zegt de verpleegster terwijl ze me aankijkt alsof ik een heel lastige patiënt ben.

‘Je hebt je veiligheidshempje aan, Dees! Hou die maar mooi aan!’. Ze kijkt me triomfantelijk aan alsof we zojuist een oplossing hebben bedacht voor de wereldvrede en loopt de onderzoeksruimte binnen. Ze had naar mijn idee net zo goed haar lange broek aan kunnen houden, want een grote handdoek wordt over haar benen heen gelegd. Ik hoef zeker niet te zeggen dat ik ook niet zo van bepaalde procedures hou?

Voordat de dokter binnen komt laat ik aan Daisy zien hoe erg mijn handen trillen. Ik heb namelijk op internet gelezen dat ze ook wel eens inwendige echo’s uitvoeren en dat-kan-ik-echt-niet-hebben! Gelukkig zie ik dat de dokter blauwe gel op Daisy’s buik smeert en niet in Daisy’s buik en ik zie al gauw enige contouren op het scherm verschijnen. Ik zie haar blaas en die is inderdaad behoorlijk vol.

De dokter kan het wel waarderen dat twee zusjes samen een echo komen laten maken en begint grapjes te maken. Dat zit me niet lekker, vooral niet als ik Daisy bedaarlijk hoor lachen.

‘Je bent een kleine verraadster! Ik mocht je niet aan het lachen maken omdat je anders moest plassen en nu lig je daar schijnheilig te lachen!’ Ik probeer een boze blik te vijzen maar dat lukt natuurlijk niet. De dokter probeert nu zijn lach in te houden maar dat lukt natuurlijk ook niet. Daisy’s buik ziet er prima uit, ze vouwt het handdoekje om haar middel en gaat naast de dokter staan om goed mee te kunnen kijken bij mij.

‘Zo!’ zegt de dokter. ‘Heb jij ook buikpijn, net als je zus?’ ‘Nee’, zeg ik. ‘ik heb onlangs een ruimtestation in laten bouwen en nu wilde ik weten of hij nog op zijn plek zit.’ De dokter kijkt me schaapachtig aan en ik meen werkelijk dat ook zijn mond een beetje open blijft hangen.

‘Mirena’, zeg ik om de dokter te laten ontwaken uit zijn ‘open-mond-toestand’.

‘Hahaha!’ de dokter lacht en zijn mond gaat gelukkig weer open en dicht.

‘Jullie zijn wel aparte zussen, he?’vraagt de dokter maar eigenlijk is het zijn constatering en geen vraag. Ook mijn buik wordt rijkelijk voorzien van een blauwe smurrielaag. Op het scherm is een heel klein, verschrompeld blaasje te zien. Een kwart van die van Daisy. ‘Jij hebt vast niet zo’n last gehad als je zus die zo nodig moest plassen, he?’ De dokter heeft het gezien dat ik gesjoemeld heb. Gelukkig is het scherm zwart-wit anders had hij vast gezien dat mijn blaas aan het blozen was. Alhoewel ik denk dat ze het anders wel een bloos hadden genoemd.

‘Heee!’ schreeuw ik verbaasd. ‘Mijn baarmoeder is veel kleiner dan die van mijn zusje!’ Ik wijs naar het scherm en de dokter begint heel hard te lachen. Het IQ in de familie schijnt grotendeels naar mijn zusje te zijn gegaan want ook zij zit hartelijk met de dokter mee te lachen. ‘Het scherm van je zus was vergroot! Ga je nu ook al wedstrijdje met je zus doen wie de grootste baarmoeder heeft?’ Ik schaam me en bloos nu echt. Hij laat zien dat door in te zoomen, ook mijn baarmoeder groter wordt. Daisy en de dokter beëindigen hun gezamenlijke missie door te stoppen met mij uit te lachen. ‘Dokter, ik vond het eigenlijk best gezellig, deze echo!’ zeg ik stoer omdat ik weet dat er geen gekke dingen meer gaan gebeuren. Daisy staat in haar handdoekje naast de tafel te turen naar het schermpje met mijn vergrote baarmoeder erop.

De dokter kijkt naar Daisy om en moet lachen als hij ziet dat ze de handdoek om haar middel heeft geknoopt. Nu is het Daisy’s buurt om te blozen. ‘Hihi, het lijkt wel alsof ik in de sauna ben!’ (Waar we nooit komen, want daar mag je niet in met je veiligheidshempje.) ‘Ja, het zijn weer de saunadagen’, probeert de dokter met ons mee te doen.

Samen proppen we ons weer in het hokje dat veel te klein is voor twee mensen tegelijk en helemaal voor mensen die vrij onbenullig aangelegd zijn. Haar elleboog port in mijn ribbenkast en ik besluit maar even ruimte te maken en te gaan plassen. Ik trek aan de hendel voor het handdesinfecterende spul en gil als met volle kracht het spul in mijn gezicht en in mijn hempje gespoten wordt. ‘Aaaaaaaaaaaaah, nee, nee!’ gil ik. Daisy komt verschrikt aanlopen en stort haar vierde lachsalvo over me uit als ze ziet wat er aan de hand is.

De dokter sluit ons onderzoek af door ons een hand te geven en zegt: ‘Bedankt dat jullie er waren! Dat breekt lekker mijn dag!’

‘Wij vonden het ook gezellig!’ zeggen we in koor en samen proberen we tegelijk door te deur naar buiten te lopen.’

Opgelet voor familie, vrienden, vriendinnen en andere potentiële oppasmoeders-, vaders, opa’s, oma’s, nichtjes en neefjes die zich vrijwillig willen opwerpen als toekomstige oppassen:

Daisy is niet in verwachting. Ik herhaal: Daisy is niet in verwachting. Ze belde me net na het lezen van de blog en ik moest even duidelijk vermelden dat ze niet in verwachting is. Ze had het niet verwacht maar haar nieuwste aanwinst is een kleine, onschuldige cyste.

Opgelet 2:
Waarom een Mirena te vergelijken is met een ruimtestation:

* Als je het monster ophaalt bij de apotheek moet je minstens de Jeep Cherokee van je neef mee hebben om het ding te vervoeren. Wellicht is het handig om van te voren een sticker: ‘bijzonder transport’ te bestellen.
* Bij het plaatsen moet je minstens een astronautenopleiding hebben gevolgd waarbij je geleerd hebt hoe de strijd tegen gewichtloosheid te winnen wanneer je van je stokje gaat terwijl de krampen tot ongekende hoogten stijgen (en niet de ongekende hoogten van een andere aard).
* De missie van een ruimtestation is te vergelijken met die van een Mirena: duurt ook 5 jaar en tast eveneens de ozon(slijm)laag aan.
* Het is mogelijk om eerder terug te keren indien of het toestel in elkaar dreigt te donderen ofwel er behoefte is om ruimte te maken voor andere experimentele projecten.

Write a comment