Het is koud!

De olijke tweeling alias de twee ezels op de slee

Deze blog schrijf ik niet zoals gebruikelijk met tien vingers, maar met acht. Twee vingers zijn momenteel buiten werking doordat ze beschadigd zijn tijdens sleetje rijden met Loes.

Het begon zo:

‘Ga jij maar voorop’, zegt Loes terwijl ze naar de slee wijst. Wendy kijkt een beetje schaapachtig  naar de houten slee maar besluit zich niet te laten kennen en neemt vrolijk plaats voorop de slee. Ze trekt haar muts wat verder over haar oren en weet op dat moment nog niet dat ze beter een helmpje op had kunnen zetten.

Loes bestijgt de achterkant van de slee. De bult lijkt niet enorm hoog, maar dit zal achteraf een misvatting blijken..

‘Ben je d’r klaar voor?’ blèrt Loes in Wendy’s oren. ‘Jazeker!’ galmt Wendy’s antwoord door de koude Oosterijkse winterlucht.

En daar gaan ze… Om vaart te maken hebben ze allebei hun benen op het sleetje gezet. ‘Zo, dat gaat lekker hard!’schreeuwt de olijke tweeling in koor. Het sleetje begint halverwege een beetje te kantelen maar stuitert in volle vaart verder van de berg af. Ineens duikt er een stukje gras op met daarboven een randje van sneeuw, een soort dakje dat niet veel later als schans zal fungeren. Voordat Loes en Wendy überhaupt na kunnen denken of ze moeten remmen of niet, stuitert de slee met de voorkant op het stukje gras.

Wendy vliegt over de kop naar voren terwijl Loes de salto van Wendy overtreft door daar weer overheen over de kop te vliegen. De eerste landing van Loes is een zachte  doordat ze op Wendy landt waar blijkbaar meer vering in zit dan op het eerste oog lijkt, want Loes stuitert rustig weer omhoog om vervolgens wel heel hard op de grond terecht te komen en verder van de berg te rollen. Als het een turnwedstrijd was geweest, had ze haar concurrenten met gemak achter zich gelaten. In dit geval overigens vooral letterlijk.

Het lukt Wendy en Loes ook nog onderweg allebei hun rechterknie tegen de slee aan te laten klappen. Terwijl Loes van de berg af rolt, schuift Wendy keihard over de berg naar beneden met haar blote hand onder haar lichaam, wat voelt als een heel heftige handpeeling. Normaal gesproken zou je bescherming hebben van je handschoen maar die van Wendy was losgeschoten toen ze van de slee af klapte. Net toen Wendy dacht alles gehad te hebben, viel de slee op haar hoofd. Alhoewel het overdag was, ging toch effe het licht uit. Na een stoomcursus ‘Oriënteren in het wild’ met als subtitel: ‘Waar ben ik?’ kijkt Loes, die op haar buik in de sneeuw ligt, voorzien van vuurrode wangen, naar boven waar Wendy met haar hoofd naar beneden een beetje wazig kijkt. ‘Moet je huilen?’ vraagt Loes bezorgd. ‘Neuh… dat niet.’

‘Gaat het wel goed?’ vraagt Loes. ‘Neeuh’, zegt Wendy. Hoe gaat het met jou dan? ‘Ook niet zo goed’ zegt Loes. Dan beginnen ze keihard te lachen. Alles doet pijn, maar de lol overwint. Ze blijven nog even liggen omdat de berg nog een beetje lijkt te wiebelen. Bovenaan de berg staat team ‘Sadist’ de olijke tweeling uit te lachen terwijl ze zich afvragen waar de filmcamera was  op het moment dat ze ‘m nodig hadden. Die bleek in de jaszak van Wendy te zitten.

Schade? Twee blauwe knieën, één van Loes en één van Wendy. Eén bult op het hoofd (Wendy), misselijk, draaierig, twee pijnlijke rode vingers en een geschuurde hand. En… natuurlijk weer een grappige herinnering rijker. Maar dat is natuurlijk altijd achteraf makkelijk te zeggen.

Aaron wist dit allemaal heel goed samen te vatten in één zin: ‘Ik wist wel dat dit ging gebeuren, ik zei het nog; ‘Kijk, daar gaan ze! Jullie zijn gewoon twee ezels!’

Comments 3

  1. Ed
    2 februari 2012

    Gaat lekker de laatste tijd hé..! 😉

    1. 2 februari 2012

      Haha, ja, die bult ging errug lekker..

  2. 2 februari 2012

    Ik schaar mijzelf niet bij het “team sadist” maar het was wel heeeeel leuk van een afstandje 😉

Write a comment