Spijt…

‘Ik haat je! Ik wil je raken! Ik wil je pijn doen en kwetsen! Ik wil je pesten en treiteren, zoveel als ik kan. Ik zal je laten weten dat ik er nog ben!

Jij! Jij bent een nachtmerrie. Elke keer als ik je naam hoor, krimp ik ineen. Elke keer als ik je zie, slaat mijn hart een slag over en moet ik bijkomen van de schrik. Elke keer als ik je naam zie, voel ik een siddering door mijn lijf. Ik walg van je!

Ik haat je, zeg ik toch? Ik wil je niet meer zien, horen of voelen!

Ik irriteer me mateloos aan alles wat je doet, aan alles wat ik over je hoor, aan alles wat ik van je lees.
Ik haat het dat ik je nog zoek. In de stad, in je straat, op internet. Overal waar ik je maar kan vinden. Ik speur alles af op zoek naar nog een glimp van jou.

Ik haat je! Hoor je dat? Ik wil je niet meer zien, horen of voelen!

Ik ben zo blij dat je bij me bent weggegaan! Ik kan mijn geluk niet op! Ik mis je niet, ik heb je niet nodig. Ik ben gelukkig in mijn nieuwe leven.’

Om de hoek wacht hij totdat ze van haar werk naar buiten komt zodat hij naar haar kan kijken. Zij ziet hem niet. Maar hij haar wel…

Zijn hart stopt even met kloppen als hij haar vrolijke gezicht ziet. Haar pratende, lachende mond beroert hem. Hij kan zich de lieve woordjes nog herinneren. De woordjes die uit haar mond kwamen, die ze meende met heel haar hart. Haar zachte ogen die hem keer op keer vroegen haar te zien, te respecteren en lief te hebben. Hij kon het niet. Moest het kapotmaken. Haar kapotmaken. Zijn drang om haar te kwetsen was groter dan de drang om lief te hebben. Elke keer als ze dichtbij kwam, iets in hem losmaakte, duwde hij haar weg. Hij kleineerde haar, gaf haar het gevoel dat ze geen enkele betekenis voor hem had. Zijn ogenschijnlijke grote ego, zijn arrogantie vertelden hem dat ze toch niet weg zou gaan. Dat ze voor altijd zou blijven. Dat ze afhankelijk van hem zou zijn.

Maar dat was ze niet… Haar mooie mond zeiden woorden die voor eeuwig in zijn ziel geschreven zouden staan, haar bruine ogen vertelden hem dingen die hij nooit meer vergeten zou, de waarheid die hij niet verdragen kon. Haar handen gebaarden om de boodschap kracht bij te zetten, haar bruine haren wapperden om haar gezicht toen ze zich omdraaide en hem voor altijd verliet.
Hij haat haar… omdat hij niet meer kan stoppen met van haar te houden.
Soms weet je pas wat je hebt, als je het kwijt bent.

 

Comments 3

  1. 6 juli 2011

    tja, zo kan het zijn… mooi geschreven!

  2. Laila
    12 juli 2011

    Ijzersterk!!

  3. 21 juli 2011

    Super mooi beschreven…

Write a comment