Naar Aruba

Heen en weer vliegen (maar dan letterlijk) – Aruba

Deze blog is een vervolg op ‘Grensoverschrijdend‘, ‘Uitvliegen‘, ‘Bonaire‘ en ‘Er was eens een barracuda, ‘Peddelen in het mangrovebos‘ en ‘Een stenen haai – snorkelen voor beginners’.

Denk niet dat je door 9000 km te vliegen, de regen kunt ontvluchten! Een warme, tropische bui zorgt voor vertraging van onze vlucht via Curaçao naar Aruba. Gelukkig duurt het maar even en we kunnen al gauw in ons vliegtuig stappen. Van binnen lijkt het op een stadsbus. Klein, met van die oncomfortabele stoeltjes. Aaron moet zijn benen in zijn nek vouwen en zal ongetwijfeld blij zijn dat de vlucht maar even duurt. De vlucht voelt ook als een rit in een stadsbus; hobbelig. Als twee door elkaar geklutste smoothies, landen we op Curaçao. Daar moeten we naar een transferbalie om verder door te kunnen vliegen naar Aruba. Tenminste, dat was de bedoeling. Onze bedoeling, blijkbaar niet die van de vliegtuigmaatschappij.

‘Oh… jullie willen naar Aruba?’ De grondsteward kijkt op onze tickets.
‘Ja’, bevestigen we terwijl we hem een beetje verbaasd aankijken. Alsof we met tickets naar Aruba aan komen zetten terwijl we naar Tenerife willen.
Al gauw beseffen we dat deze vraag een inleiding is van iets wat we liever niet willen horen. ‘Hmmm… ik weet niet of jullie nog aan zullen komen op Aruba.’
We kijken elkaar aan.

‘Uh?’ is mijn briljante antwoord.
‘Er is een staking op het vliegveld van Aruba.’
We vragen de steward het overhemd van zijn lijf, maar we komen niet verder dan dat we gewoon moeten wachten en dat er verder helemaal niets bekend is. We kunnen onze koffers wel inchecken.

Aaron en ik gaan op zoek naar een wifi verbinding om op internet te zoeken naar meer informatie want hier op Curaçao kunnen ze ons niets vertellen. Alhoewel Bonaire minder ontwikkeld is dan Curaçao, kun je op hun vliegveld gewoon gratis gebruik maken van wifi. Op Curaçao zijn we een half uur bezig om een draadloze internetverbinding te vinden. We zoeken ons suf, maar vinden helemaal niets over een staking of wat dan ook. Onze vlucht staat gewoon in het vluchtschema op ‘gepland’. We snappen er helemaal niets van. We besluiten toch naar de gate te gaan in de hoop dat ze ons daar meer kunnen vertellen. Dat blijkt niet het geval. Dat je zelf moet opletten en niet moet denken dat ze informatie komen brengen, blijkt wel, als we erachter komen dat onze vlucht ‘ertussen uit gehaald is’ en dat we in een ander vliegtuig verwacht worden. Tenminste, als we meewillen. En dat willen we.

Het thuisfront is inmiddels op de hoogte van de overstapperikelen; wel vertrekken, niet vertrekken, oh ja, toch vertrekken en we stappen vol verwachting in het vliegtuig. Deze brengt ons, jawel: weer terug naar Bonaire! Op Bonaire, waar we diezelfde dag al eerder waren, moeten we er weer uit. Uiteindelijk mogen we dan toch echt naar Aruba. Ondanks de ongeplande ‘heen-en weer’-vlucht, hebben we weinig tijd verspild en komen we in de avond aan op Aruba. Daar worden we opgepikt door een medewerker van een autoverhuurbedrijf die ons naar onze huurauto brengt. Een museumstuk op wielen; een Grand Vitara die zijn beste tijd heeft gehad. De airco komt pas op gang als je het al bijna afgelegd hebt van de hitte en de schokdempers, schokken nog wel, maar dempen niet meer. Maar: het rijdt.

We hadden ook een figuurlijke schrokdemper nodig: wat een contrast met Bonaire! Onderweg naar ons hotel kijken we onze ogen uit. Hoge gebouwen, grote villa’s, imposante winkelcentra; alles glimt en blinkt. De Mac’s, Wendy’s en KFC’s flitsen aan ons voorbij. Met Bonaire nog op ons netvlies is Aruba totaal het tegenovergestelde. Waar we op landhuis Wanapa genoten van het kleinschalige en de aandacht, beseffen we dat we hier maar een ‘nummertje’ zullen zijn. Ons hotel ‘Divi Golf beach resort’  blijkt een compleet dorp te zijn. De lobby ziet eruit als een ontvangstruimte voor koninklijke families. Die van ons bijvoorbeeld. Ik zie Willem, Max en Bea al helemaal zitten, nippend aan hun glaasje wijn. Nou ja, voor Willem zal het wel een watertje worden.

De hotelkamer is gigantisch. Een ruime, luxe badkamer, een grote inbouwkast, een keuken, eettafel, zithoek, en een groot, hoog bed. Het balkon kijkt uit op het zwembad, met daarachter de zee. De airco in de huurrammelbak mag een puntje zuigen aan die van de hotelkamer. Ik bibber en bekijk mijn armen die voorzien zijn van kippenvel.

‘Zullen we even snel uitpakken en dan op zoek naar een restaurant om wat te eten?’ vraagt Aaron. Mijn knorrende maag is het antwoord.

Ik doe het deksel van de koffer op een pluk wat kleren eruit. Het valt me op, dat alles een beetje nattig aanvoelt. ‘Zeker van de kou in het vliegtuig ofzo’ meld ik aan Aaron.

Dat was niet het geval… wat het wel was vertel ik je in de volgende blog.

Write a comment