Les 6: tegenstrijdige behoeften en keuzes maken

Twijfel ontstaat vaak doordat er niet een keuze is die er het meest positief voor je uitspringt. ‘Het is allebei wel leuk.’ Of je merkt dat je aan allebei wel behoefte hebt. Weet dat het woord ‘wel’ in deze zinnen een onschuldig woordje lijkt maar het zegt wel iets over wat je werkelijk wilt of vindt. Wat zeg je eigenlijk als je zegt: ‘Dat is ook wel leuk?’ Voor mij betekent het vaak: ‘Ik vind het wel leuk maar heb het gevoel dat er iets beters is.’ Of: ‘Ik ben nog niet overtuigd.’

Stap 1

Luister de komende tijd naar de woorden die jij of iemand anders letterlijk gebruikt. Let vooral op vage taal, afzwakwoorden en woorden die niet matchen met wat jij of iemand echt bedoelt. Als je merkt dat je dit soort woorden gebruikt, stel jezelf dan vragen. Ik zet de vragen die je jezelf kunt stellen achter voorbeelden van vage zinnen en woorden die hieronder staan.

‘Toch..?’ –> Wat bedoel ik met toch? Welke vraag stel ik door het woord toch te gebruiken? Toestemming of goedkeuring van de ander? Wil ik weten wat de ander ervan vindt? Wat vind ik zelf?
‘Eigenlijk’. ‘Ik wil het eigenlijk niet.’ –> Wat zeg ik dan…. eigenlijk? Wat wil ik het liefst? Als het aan mij zou liggen, wat zou ik dan willen doen? Waar heb ik het meest behoefte aan? Wat wil ik dan wel?
‘Niet zo’n probleem.’ ‘Het is niet zo’n probleem hoor, maar….’ –> Wat zou ik liever doen? Vind ik het misschien lastig om nee te zeggen? Wat kost het mij als ik het wel doe?
‘Het is niet heel erg hoor (maar…)’ –> Gebruik de vragen die bij de zin hierboven staan.
‘Ofzo.’ –> Wat bedoel ik met ofzo? Wat wil ik precies zeggen?
‘Zoiets.’ –> Gebruik de vragen die bij de zin hierboven staan.
‘Zo ongeveer.’ –> En wat dan precies? Gebruik ook de vragen die bij de twee zinnen hierboven staan.
‘Ik wil het wel maar eigenlijk toch ook weer niet.’ –> Waar heb ik nu het meest behoefte aan?
‘Maar.’ Wat bedoel ik met maar? Wat wil ik echt? Wat wil ik werkelijk zeggen? Het woordje ‘maar’ betekent vaak voor iemand: ‘nee’.

Ik geef je nog wat voorbeelden uit mijn praktijk. Kijk ernaar en stel jezelf eens de vraag: wat zegt iemand hier nu eigenlijk?

‘Het is niet zo dat ik met heel veel tegenzin naar mijn werk ga.’
‘Hij is niet heel slecht ofzo.’
‘Het is niet dat we elkaar het leven zuur maken.’
‘Er zijn ook wel goede dingen, hoor.’
‘Ik denk vaak: moet ik hier eigenlijk wel blijven?’
Dit is eigenlijk (zie daar heb je het woordje eigenlijk weer!) geen vraag. Het is vaak al een antwoord. De vraag zit ‘m vaak ergens anders in. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kan ik hier weg? Wat wil ik dan wel? En hoe kom ik daar?’ Soms denken mensen er nog niet aan toe te zijn om het echte antwoord toe te laten. ‘Ja, ik wil weg!’ Want dat betekent meestal, dat je dus actie moet ondernemen en dan komen er allerlei nieuwe vragen waar ze vaak het antwoord niet op hebben. Denken ze…. In mijn praktijk komen we er vaak achter, dat een verandering sneller gaat dan dat ze hadden durven dromen.

Stap 1 samengevat:

  1. Let op de woorden die je gebruikt.
  2. Stel jezelf vragen om helder te krijgen wat je echt bedoelt en wilt. Een vraag die in veel situaties helpt is: Waar heb ik nu echt behoefte aan?

Stap 2

Zorg dat je je lijstje met persoonlijke waarden bij je hebt. Gebruik deze de komende tijd als validatiesysteem om na te gaan welke keuze het best bij je past. Gebruik dit ook om te bepalen of je iets niet of wel wilt doen.

Vragen die je jezelf dan kunt stellen zijn:

‘Als ik dit doe, draagt dit dan bij aan leven conform mijn persoonlijke waarden?’

‘Draagt dit bij aan wat ik wil in het leven?’ Of: ‘Als ik dit doe, draagt dit dan bij aan het behalen van mijn doelen?’

‘Als ik kijk naar mijn persoonlijke waarden, past het dan bij mij om dit te doen?’

En een vraag die je in heel veel situaties kan helpen een beslissing te nemen is:

‘Waar heb ik het meest behoefte aan?’

Of: ‘Welke keuze zou mij opluchting geven?’

Als je duidelijk weet wat je persoonlijke waarden zijn en dat als validatiesysteem gaat gebruiken, dan heb je ook minder de neiging de mening van anderen (gebaseerd op hun waarden en normen!) te vragen om je af te vragen of iets goed of slecht is.

Twijfel zorgt vaak voor stress, innerlijke conflicten en ‘gedoe’ met anderen. Bij twijfel lijken er tegenstrijdige behoeften te zijn. Hoe dat zit, vertel ik je in onderstaande audio. In deze audio hoor je ook hoe ik de vraag: ‘Waar heb ik het meeste behoefte aan?’ stel en wat voor effect dat heeft.

Handige trucjes die je helpen keuzes te maken in het dagelijks leven

Ik heb nog een paar handige trucjes die al heel veel mensen geholpen hebben. Luister hiervoor deze korte audio.

En zoals beloofd de samenvatting in tekst

1. Vervang het woord moeten door willen.

Luister opnieuw naar de woorden die jij gebruikt. Zeg je steeds tegen jezelf dat je nog van alles moet? Vervang het woord ‘moeten’ dan eens door ‘willen’ en kijk wat er gebeurt. Vraag jezelf ook af: van wie moet ik dit dan?

2. Moet ik dit nu doen?

Stel jezelf onderstaande vraag op verschillende manieren. Zeg ‘m op in je hoofd of hardop en leg elke keer de klemtoon op het volgende woord:MOET ik dit nu doen?

Moet IK dit nu doen?
Moet ik DIT nu doen?
Moet ik dit NU doen?
Moet ik dit nu DOEN?

3. En… stel jezelf nog meer vragen!

Deze zin vind ik heel treffend: ‘Als je ergens nog niet het goede antwoord op hebt gevonden, dan heb je gewoon nog niet de goede vraag gesteld.’ Daarom nog wat andere vragen die je helpen om keuzes te maken.

Als ik hiervoor kies, draagt dit dan bij aan leven conform mijn persoonlijke waarden?

Als ik [ZET HIER JE DOEL NEER] wil bereiken, helpt het dan om hiervoor te kiezen te doen? Of om dit te gaan doen?

Stap 3

Welke normen hebben invloed op jou?

Deze vraag die ik stel in de audio, neem ik op als een aparte stap omdat deze heel belangrijk is. 

As je het gevoel hebt dat je het moet doen, dan is er ook vaak sprake van een norm die bij jou leeft. Stel dat je wordt gevraagd om lid te worden van de ouderraad maar je voelt weerstand omdat het veel tijd kost en je er niet om staat te springen, kan het zijn dat er gedachten opkomen zoals:

‘Ik kan geen nee zeggen.’ ‘Hoe kan ik dit nu weigeren?’ ‘Het is egoïstisch als ik het niet doe.’ ‘Het hoort erbij.’ ‘Je moet je steentje bijdragen aan school.’

Weet dat het hier dus gaat om normen. De eerste stap is: onderzoek je gedachten. Welke normen zitten er in je hoofd? Het werkt het beste, als je deze opschrijft. Onderzoek daarna of deze normen jou dienen. Passen ze bij je persoonlijke waarden? Van wie zijn deze normen eigenlijk?

Als je merkt dat je neigt ja te zeggen tegen iets waar je je niet helemaal goed bij voelt, geef jezelf de ruimte om hierover na te denken door zoiets te zeggen als: ‘Ik kom daar uiterlijk morgen bij je op terug.’ Vaak hebben mensen het gevoel dat ze zich moeten verantwoorden als ze het niet doen. Dat is overigens ook een norm en er zit ook vaak een behoefte achter: de behoefte om niet afgewezen te worden, om erbij te horen.

Ik zeg eerlijk: dit is vaak wel een moeilijk stukje om mee bezig te zijn. Normen kunnen zo dwingend zijn! Zeker als andere mensen gaan pushen waardoor je je laat verleiden om toch iets te doen wat je EIGENLIJK niet wilt. Je laat je dus verleiden iets te doen wat je eigenlijk niet wilt doordat er nog een andere behoefte is bij jou. Daarover meer in de volgende les. Het kan ook zijn dat je je verantwoordelijk of schuldig voelt. Er zijn dus verschillende behoeften die tegen elkaar lijken te strijden. De behoefte aan van je schuldgevoel afkomen en de behoefte aan tijd voor jezelf of andere dingen in plaats van de ouderraad.

Wat ik van mijn eigen coach (Diane Siemelink) leerde, is jezelf twee vragen te stellen over een bepaalde norm. Formuleer deze norm als een stelling. We pakken het voorbeeld van de ouderraad.

Norm (geformuleerd als een stelling). 

Als ze me vragen om lid te worden van de ouderraad, dan moet ik ja zeggen.

Stel jezelf deze vragen:

  1. Het is waar omdat… Noem alle redenen waarom het waar is dat je ja moet zeggen.
  2. Het is niet waar omdat… Noem alle redenen waarom het niet waar is dat je ja moet zeggen.

Kiezen voelt als verliezen

Wat ook vaak gebeurt, is dat mensen bang zijn het een te verliezen als ze voor het andere kiezen. Dat laatste wordt steeds minder als je helder op je netvlies hebt, wat jouw persoonlijke waarden zijn. Oftewel: wat de dingen in je leven zijn die je echt belangrijk vindt. Je hebt een soort validatiesysteem om je keuze ’tegenaan te houden’.  Een systeem waaraan je kunt toetsen of iets goed is voor jou of niet.

Gefeliciteerd! Ook les 6 is af!

Op naar les Les 7: Mijn persoonlijke waarden en die van een ander, hoe gaat dat samen?