Morgen kook ik weer zelf, mam!

Ik heb sinds enige maanden een deal met mijn dochter van veertien. Zij kookt, dat kan ze beter dan ik, ze vindt het leuk ook (de kinderbescherming heeft het niet opgenomen in het artikel ‘verboden kinderarbeid’, dus ik ben helemaal legaal) en ik ruim af en pak de vaatwasser in. Heerlijk om thuis te komen van je werk, de deur open te doen en de geur van lekker eten op te snuiven. Je lieve pubermeisje druk bezig in de keuken. Haar best doet om het aanrecht zo netjes mogelijk achter te laten voor mij. Wat wil een alleenstaande moeder nog meer? (Euh… heb je even?)

Zondag 26 oktober 2008, locatie: thuis

“Lies, zal ik vanavond koken?’ roep ik naar boven waar dochterlief met drieduizend aanslagen per minuut aan het MSN-en is met waarschijnlijk twaalf vrienden en vriendinnen tegelijk. ‘Nou! Dat zou wel fijn zijn, mam! Heb ik een dagje vrij!’ Ik moet toch eens controleren of ze niet stiekem af en toe de kindertelefoon belt.

De koelkast biedt mij drie paprika’s, een courgette en wat tomaten aan. Achter een pak melk vind ik een pakje met wraps. Dat lijkt me wel wat. Driftig begin ik de groenten te wassen en te snijden. Ik giet het laatste beetje olijfolie in de pan, zodra deze warm is, voeg ik de stukjes paprika toe. Dit kan ik best, het is alleen niet mijn hobby. Ik hou van eten, maar ik hou er nog meer van als iemand anders dat voor mij klaarmaakt. Maar ach, ik moet niet zeuren, mijn dochter verdient een dagje vrij. Als de stukjes paprika en courgette zacht zijn, schep ik de stukjes tomaat erbij en hou het flesje oestersaus waar bijna niets meer in zit, ondersteboven om zoveel mogelijk oestersaus in de pan te krijgen. Ik besluit het geheel wat op te leuken met een beetje cayennepeper.

De magnetron piept, de wraps zijn klaar. Ik leg het mengsel uit de pan zorgvuldig in de wraps en maak er mooie rolletjes van. Lisa zit al aan tafel te wachten op haar moeders kookkunsten. Ik zet de wraps voor haar neus en ga zitten. Lisa’s voorhoofd vertoont een frons zodra haar ogen op mijn wraps gericht zijn. Ik doe alsof ik het niet zie en pak de wrap tussen mijn vingers. Voor ik ook maar iets kan doen, zakt de wrap aan weerskanten in elkaar en druipt het mengel van paprika, courgette en tomaten langs mijn vingers op mijn bord. Lisa’s frons is inmiddels overgegaan in een afkeurende blik. ‘Mam… wat is dit voor zompige massa? Dit kunnen we toch niet eten?’ Ze houdt ‘het ding’ tussen beide handen en kijkt alsof ze een worm met overgewicht naar binnen moet werken. Applaus voor haar, want ze doet een heldhaftige poging de worm te consumeren. Ze neemt een hap en de inhoud klettert op haar bord. Zonder blikken of blozen, pakt ze haar mes en vork en besluit de worm op een ander manier van zijn leven te beroven. Ik doe hetzelfde maar bemerk dat ik nauwelijks door de wrap heen kan snijden. Het lijkt wel behang dat teveel lijm heeft geabsorbeerd. Of een bejaarde worm met vochttekort, dat kan ook.

Ik hoor een diepe zucht aan de overzijde van de tafel. ‘Mam! Er zit geen vlees bij!’ ‘Oeps! Vergeten’, zeg ik en ik stop een stukje behang in mijn mond. De smaak is gelukkig goed, niets mis mee. Vind ik tenminste. Denk ik. Ach, het is niet heel erg lekker, maar het had zeker erger gekund. Véél erger zelfs!

‘Mijn hele bord is nat! Voordat je het in de wrap schept, moet je eerst alles uit laten lekken! dat weet toch iedereen? Daarnaast zit er geen vlees in, het smaakt flauw en de tomaten zijn veel te lang gewokt. Morgen kook ik wel weer zelf, weet ik tenminste zeker dat het lekker wordt’.

Ligt het aan mij, of krijg ik nu een uitbrander van mijn puberdochter?

Write a comment