Intens geluk

Zondagmorgen, 10.20 uur spring ik bij mijn dochter achterop de fiets. Al kletsend fietsen we samen naar het station. Ik hoor haar opgewonden stemmetje en mijn hart maakt een sprongetje van geluk omdat mijn dochter van veertien nog zoveel met mij wil delen. “Je fiets is raar. Mijn benen moeten veel meer rondjes maken dan de jouwe”. Ze schakelt door naar de derde en tevens laatste versnelling. “Aan welke kant zitten je benen?” “Rechts”, zeg ik. “Ok, dan ga ik links om het paaltje heen om je benen te beschermen, anders klappen ze ertegen aan, dat zou eigenlijk echt wel wat voor jou zijn, mam”. Lief!

Halverwege gaat ze vol in de remmen waardoor ik met mijn gezicht tegen haar rug bots. Ik moet lachen maar Lisa’s lach overstemt de mijne. Ze ‘klapt’ bijna krom van het lachen, ik zie haar vrolijke gezicht, open en blij. Geluk, dat is wat ik weer voel. Ze neemt mijn rugtas over en doet alsof ze moppert omdat de banden van de tas zo ruim afgesteld zijn. Nu springt ze bij mij achterop en we fietsen verder. “Mam!” gilt ze ineens vanachter op de fiets. “Je rijdt bijna mijn benen tegen het paaltje! Zit ik op de jouwe te letten en jij rijdt gewoon lekker via de verkeerde kant langs de paal. En bedankt!” En toch hoor ik dat ze wel moet lachen. Mijn glimlach begint permanente vormen aan te nemen. “Mam, het is 10.35 uur, we moeten wel een beetje harder, want anders redden we de trein niet”. Ik geniet ervan om samen met mijn dochter op één fiets te zitten. Het is gezellig, zo samen.

Om 10.38 uur scheur ik met de fiets over het schoolplein van het ROC in Apeldoorn, rem met een noodgang (Lisa heeft dit al voorzien en springt behendig van de fiets af), en duw ongeduldig mijn voorwiel in de fietsklem. Samen rennen we naar de plek waar we over kunnen steken naar het station. Pijnlijk wordt duidelijk dat zij veertien is en ik drieëndertig. Ik worstel met mijn rugtas en probeer haar bij te houden. 10.41 uur steek ik mijn pinpas in de kaartjesautomaat, Lisa toetst de pincode in, zodat ik mijn portemonnee weer op kan bergen en samen trekken we een laatste sprintje naar de trein. “Zie mam! We zijn hartstikke op tijd! Wat een teamwork!” En weer voel ik geluk door mijn lichaam stromen. Ik kijk naar haar mooie gezicht, haar bruine haren die voor een deel zijn weggestopt onder een zwart mutsje wat schuin op haar hoofd zit. Haar groenblauwe heldere ogen. Haar mooie glimlach. Haar tevreden uitdrukking.

Om 10.47 uur rijdt de trein met horten en stoten weg. Lisa’s vriendje zal in Twello in de trein stappen en meegaan naar Deventer om te schaatsen. Halverwege zie ik haar glunderen en ik voel gewoon dat ze zich verheugt om hem te zien en dat ze een beetje zenuwachtig is. Ik wijs naar mijn buik en zeg dat ik denk dat ze daar nu iets voelt. Ze lacht, wordt rood en zegt dat het inderdaad zo is. Samen genieten we van haar gevoel. Geluk, in meervoud inmiddels.

Ik heb zin om te schaatsen. In 2006 heb ik voor het laatst serieus geschaatst. Ik ben benieuwd hoe het voelt weer op het ijs te staan. Voordat we binnen zijn heb ik zo ongeveer mijn been bijna gebroken door het nieuwe poortje om binnen te komen. Ik zie niet echt een verbetering in dat nieuwe ding.

Het geluid van de klapschaatsen op de baan, klinkt vertrouwd. Ik laat mijn blote voeten in mijn schaatsen glijden en manoeuvreer de lange veters onder mijn schaatsen door. Nu nog het ijs op. Lisa is al weg en ik begeef me op het gladde ijs om haar in te halen. Samen schaatsen we een stukje maar dan blijft ze achter om haar vriendje op te wachten die heen en weer zwiept op de baan. Als ik me omdraai liggen ze allebei op het ijs. Lisa probeerde hem te ondersteunen maar vergat voor het gemak even dat hij een stukje langer en een stukje zwaarder is. Ik zie ze samen lachen, zich niet bewust van de omgeving, alleen van elkaar. Het blijft bijzonder, je dochter met een vriendje. In het kind zie je al een stukje vrouw en in dat stukje vrouw zie je ook nog vaak het kind dat je nog zo nodig heeft. Ik vind het mooi dit proces en kan enorm genieten van haar groei en ontwikkeling. Het gaat geleidelijk en natuurlijk en ik heb het gevoel er in mee te groeien.

Na een paar rondes alleen, komt Lisa naast me schaatsen, glimlacht en doet iets wat ze bijna nooit meer in het openbaar doet. Ze geeft me haar warme, zachte hand en samen schaatsen we stilzwijgend door, ik wil dit fijne gevoel even vasthouden. Dan ineens zegt ze dat ze het fijn vindt dat ik erbij ben. Ze laat mijn hand los en schaatst weg. Ze laat me achter met wederom een gevoel van intens geluk.

Na anderhalf uur nestelen we ons bij een haardvuurtje in het schaatscafé met een beker lekkere, warme chocolademelk met slagroom. Door de warmte merk ik hoe moe ik ben. Ik ontspan en fantaseer hoe lekker het zou zijn om even te slapen. De warmte houdt ons bijna drie kwartier in het schaatscafé maar we overleggen dat we toch nog even gaan schaatsen.
Doordat we een tijdje gezeten hebben, voel je wat ongemakken aan je voeten die nog moeten wennen aan hun nieuwe activiteiten. Ik zet door en al gauw wordt de pijn minder. Een leuke, knappe man met zijn dochter lacht naar me, steeds als ik voorbij schaats. Ik lach terug. Als ik later samen met Lisa op het bankje zit om onze schaatsten uit te doen, vertel ik haar dat ik een leuke man zag. Ze weet onmiddellijk wie ik bedoel en wijst hem subtiel aan. Ze zegt dat ze het vertederend vindt hoe hij wat aan het uitleggen is aan zijn dochter. Lisa zegt dat ze wel even zal kijken of hij naar me kijkt als ze voorbij schaatsen. Ik moet lachen en probeer maar te doen alsof ik mijn schaatsen moeilijk in mijn tas krijg. Ik mag namelijk niet zelf kijken, zegt Lisa. “Ja, mam! Hij kijkt!” Op het moment dat ik mijn rugtas dichtrits en Lisa en ik opstaan, komt de leuke man van de baan af en gaat iets verderop op een bankje zitten. “Het zou zijn vrouw kunnen zijn waar hij naast gaat zitten… Oh nee, mam, het is toch niet zijn vrouw, misschien is ie wel gescheiden, net als jij, dat kan toch? Jij bent alleen met jouw dochter en hij is ook alleen met zijn dochter”. Lisa heeft inmiddels haar eigen onderzoek voor me gestart. Ik kijk nog één keer zijn kant op terwijl hij net de mijne opkijkt en dan draai ik me om en sla mijn arm om Lisa heen. Lisa’s vriendje staat al op ons te wachten.

Om 16.00 uur verlaten we de ijsbaan en de leuke man en wandelen we langzaam naar het station. Daar wacht mij een nieuw gevoel van geluk. De zon schijnt volop en ik geniet van de tijd die we moeten wachten op de trein. Ik strek me uit en richt mijn gezicht naar de zon. De herfst is prachtig als de zon schijnt, de bladeren hun diversiteit aan kleuren kunnen laten zien en de wind je gezicht streelt.
Zomaar een zondag uit het leven van een moeder met haar dochter.

© Wendy Borst – 2008

Comment 1

  1. je zussie
    18 november 2010

    Lieve blog!

    Dikke kus,
    je zusje

Write a comment